RTL nieuws: Tess (12) werd ziek door fout op voedseletiket

RTL nieuws: Tess (12) werd ziek door fout op voedseletiket

RTL nieuws besteedde aandacht aan etikettering op voedselproducten en kwam in contact met de Stichting Voedselallergie. Zo werd ik geïnterviewd door RTL nieuws over etiketten, voedselallergie en dingen die fout maar ook goed gaan. Hieronder een weergave van het interview, te vinden op de site van RTL nieuws.

Tess (12) is allergisch voor veel verschillende voedselproducten. Voor haar is het dan ook heel normaal om altijd etiketten te lezen voordat ze iets eet. Toch gaat het nog wel eens fout, omdat een etiket niet goed wordt gelezen of bijvoorbeeld niet alle ingrediënten op een etiket staan. “Je weet nooit hoe heftig de reactie wordt, dat blijft spannend”, vertelt haar moeder Marije. Het ergst is de noten- en pinda-allergie van Tess, maar verder is ze onder meer allergisch voor melkproducten, kippenei, vis, soja, mosterd… “Ze weet hoe ziek ze ervan wordt, dus ze checkt alles. En toch zit een ongeluk in een klein hoekje.”

Shoarma gegeten

Die keer dat het misging had Tess shoarma gegeten. Op het etiket ontbrak een ingrediënt waar mensen die daar allergisch voor zijn goed ziek van kunnen worden. “Ik weet niet meer of het om een melkproduct ging of om mosterd”, zegt Marije. “Maar ze kreeg jeuk, uitslag, buikklachten, haar lippen waren opgezwollen. Heel vervelend. Het beangstigende is dan: je weet niet wanneer de reactie op het hoogtepunt is.” Marije nam later contact op met de winkel, die het etiket aanpaste.

De klachten van Tess kunnen een paar uur aanhouden, maar ook daarna is ze niet direct fit. “Ze heeft dan toch een klap gehad, zowel van de fysieke reactie als van de schrik. En als we antihistamine hebben gegeven dan is ze daar wat suf van. Daarnaast is eten na zo’n ervaring nog minder zorgeloos.”

Het luistert heel nauw

Het nieuws dat allergie-informatie op etiketten niet altijd klopt, komt voor Marije niet als een verrassing. “Het luistert heel nauw. Op eten staat bijna altijd wel wat erin kan zitten. Maar ik kan me voorstellen dat dat niet altijd klopt. Of het staat er niet precies op, dan staat er bijvoorbeeld gehaktkruiden in plaats van de afzonderlijke kruiden.”

“Maar ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat het heel vaak wel goed gaat. Er is al zo veel verbeterd wat dat betreft en de risico’s worden extreem geminimaliseerd. Machines worden bijvoorbeeld heel goed gecontroleerd om te voorkomen dat er sporen in zitten. Maar waar mensen werken, worden fouten gemaakt.”

“Daarnaast blijft het een lastige discussie wat je wel of niet op etiketten vermeldt. Wanneer zet je er bijvoorbeeld op dat het sporen van een allergeen kan bevatten? Als je dat te snel doet, zullen mensen met een voedselallergie misschien producten vermijden die ze prima kunnen eten.”

Een broodje kaas, dat kan toch zeker wel?

Een broodje kaas, dat kan toch zeker wel?

En dan komt het moment dat je dochter van elf jaar heel graag mee wil met een kamp van de voetbalvereniging. Een week lang slapen in een kampeerboerderij, met 65 kinderen en de leiding van het kamp. Dat betekent een week lang plezier, sport en spel en weinig slaap, maar ook een weeklang drie keer per dag een maaltijd plus de bijkomende versnaperingen. Hoe ga je daar als ouder van een kind met voedselallergie mee om? Waar doe je verstandig aan? En hoe begeleid je je kind, maar ook de organisatie van een kamp?

Als ouders van een dochter met diverse (voedsel)allergieën hebben we wel even nagedacht over de vraag hoe we een kampweek van de voetbalclub kunnen organiseren zonder al te veel gedoe voor zowel onze dochter als de organisatie. Vanuit de organisatie blijkt al snel dat er geen problemen zijn met de aanwezigheid van iemand met voedselallergie. De leiding vertelt wel vaker met dit bijltje te hebben gehakt.
Snel betrekken we ook onze dochter in het proces en vragen waar haar voorkeur naar uitgaat. Daarbij geven we de keuze tussen zelf ter plekke alles afstemmen met de leiding en de keukenploeg – en dus aanhaken bij de maaltijden van de rest van de groep – of de optie dat we een tas met eten en ‘veilige’ maaltijden meegeven, zodat ze min of meer hetzelfde eet als thuis.

Daarover hoeft ze niet lang na te denken. Om te voorkomen dat ze opvalt of ‘anders’ is dan de rest kiest ze ervoor om zelf de regie in handen te nemen door elke dag goed op te letten en in overleg met de keukenploeg een maaltijd te regelen die past in haar dieet. Een begrijpelijke keuze van een bijna-puberdochter die vooral niet anders wil zijn dan de rest van haar omgeving.

Mijn man en ik steunen haar besluit. Wel spreken we nog een extra keer met de leiding over wat onze dochter nu precies wel en niet mag eten. Daarna mailen we een gezondheidsdocument én een lijst met allergieën. Het ziet er naar uit dat de leiding alles onder controle heeft en zich goed voorbereidt.

Lunchpakket mee

Op de dag van vertrek geef ik toch voor de zekerheid nog een eigen lunchpakketje mee, want de groep zal onderweg naar Brabant met de bus een stop maken om te zwemmen en te picknicken. Voor de lunch wordt gezorgd. Terwijl mijn man nog een laatste EpiPen-instructie geeft aan twee leiders komt er een andere leider op mij af en zegt: ‘Voor de lunch hebben we gezorgd, een broodje kaas en een broodje ham en een krentenbol, dat kan toch zeker wel?’ Oef, denk ik, wat ben ik blij dat ik een eigen lunchpakket heb klaargemaakt. En tegelijkertijd schiet het ook door mijn hoofd dat al onze voorbereidingen en instructies misschien niet duidelijk genoeg zijn geweest. Natuurlijk kan dit niet! Help! En de week moet nog beginnen…

Daar gaat ze

Het grote ‘loslaten’ is nu begonnen, want op dat moment stappen alle kinderen in de bus en vertrekken ze richting het zuiden. Mijn man en ik vinden het best spannend, maar onze dochter lijkt er totaal geen problemen mee te hebben. Vol vertrouwen stapt ze in de bus en zegt dat het allemaal wel goed komt. Er is ook een aparte tent mee voor het geval ze allergisch reageert op het gebouw (huisstofmijt, huisdieren, vocht). Onze dochter heeft geen telefoon mee en in principe is er geen contact met thuis. Een regel die ik van harte ondersteun: geen nieuws is goed nieuws.
Onze telefoon laten we ‘s nachts aan, maar na de eerste twee nachten durven we deze op de stilstand te zetten. Wat fijn denken we allebei, dat dit zo kan en dat ze nu voor het eerst zo lang alleen ergens logeert inclusief alle maaltijden. Op de Facebook-pagina zien we enkele foto’s en die getuigen van een geweldig kamp.

Onbekend nummer

Aan het einde van de week, de avond voor vertrek en tevens de bonte avond, gaat mijn mobiele telefoon af. Een onbekend nummer. Ik krijg mijn dochter aan de lijn die vertelt dat het nu goed met haar gaat, maar dat ze iets verkeerds heeft binnengekregen en dat de leiding uiteindelijk de EpiPen heeft gebruikt. Waarschijnlijk heeft er iemand gemorst met pindasaus…

Totaal overdonderd vraag ik haar als eerste waar ze is en hoe ze zich voelt. Ze vertelt dat het nu redelijk goed gaat en bovendien klinkt ze niet in paniek of heel verdrietig. Gek genoeg reageer ik rustig en vraag ik aan haar of ik iemand van de leiding kan spreken. Zo gaat dat dus, bedenk ik me. Datgene waarvoor je bang bent als je kind voedselallergie heeft, doet zich voor. Als ouder op honderdvijftig kilometer afstand kun je op zo’n moment niet heel veel doen. Na overleg, ook met onze arts, wordt besloten toch nog even op controle te gaan in het dichtstbijzijnde ziekenhuis, standaardadvies na het gebruik van de EpiPen.

‘Juist gehandeld’

Hoe het verder is afgelopen? Dat verhaal hoor ik als de leiding mij belt na het bezoek aan het ziekenhuis. De controle heeft geen aanleiding gegeven om haar in het ziekenhuis te houden. Alles was in orde en iedereen kon met een gerust hart terug naar het kamp voor de bonte avond. Van onze oudste zoon, die ook mee was op kamp, begrijp ik later dat zijn zus vlak voor vertrek naar het ziekenhuis flink moest overgeven, net buiten de auto. Hij is er behoorlijk van geschrokken.
De dienstdoende arts van het ziekenhuis belt mij naderhand op en beschrijft wat ze heeft waargenomen, maar complimenteert ook de leiding en de kinderen. Er is op de juiste manier gehandeld. Bij aarzeling toch de EpiPen gebruiken. Maar de schrik zat er goed in, vertelt ze nog.

Weer thuis

En hoe vergaat het iedereen na thuiskomst? Al snel stappen twee mensen van de leiding op mij af en geven eerlijk toe dat ze enorm zijn geschrokken en eigenlijk hadden gedacht dat het allemaal wel overdreven is, zo’n lijst met allergieën. Ze hebben hier heel veel van geleerd. Dat is een eerste positieve punt. De ervaring heeft hun kennis over voedselallergie vergroot en misschien ook wel hun sceptische ideeën ten aanzien van de ernst van allergische reacties. Tweede positieve punt is dat onze dochter zelf heeft ervaren dat ze heel goed, verstandig en op de juiste manier heeft gereageerd en gehandeld. Eerst de druppels en een pilletje, maar bij uitblijven van verbetering ook durven zeggen dat de EpiPen van pas moet komen.

We gaan niet meer uitgebreid in op wat er die avond is gebeurd, mede omdat onze dochter daar zelf niet meer echt over wil praten. Dat laten we maar zo. We vertellen vooral dat we heel erg trots zijn op haar, dat ze zich heel goed heeft gered en dat ze ook moet blijven vertrouwen op een goede afloop. In de hoop dat ze volgend jaar gewoon weer meegaat en in de verdere toekomst ook blijft denken in mogelijkheden in plaats van beperkingen.

Allergisch in Rusland en Polen

Allergisch in Rusland en Polen

Wodka of kaviaar? Wat bieden Polen en Rusland aan mensen met voedselallergie? Wat zijn de eetgewoonten, waaruit bestaat de traditionele keuken?

Rusland en Polen: dat zijn toch landen met enge politici, grijze gebouwen en depressieve steden waar je alleen maar kool of bietensoep kunt eten? Ik moet toegeven dat dit landen zijn waar de meeste mensen niet aan denken als ze hun vakantiebestemming plannen. Spanje, Frankrijk, Duitsland of Italië gelden eerder als favoriet bij de gemiddelde Nederlander. Vanwege mijn werk, maar ook vanwege mijn grote affiniteit met Oost-Europa en Rusland mocht ik afgelopen voorjaar naar zowel Sint Petersburg in Rusland als Gdansk in Polen afreizen. Twee unieke steden, in alle opzichten en zeer de moeite waard voor de liefhebber van kunst, historie, architectuur, wodka en avontuur.

Maar hoe is het gesteld met de Russische en Poolse keuken? En hoe is het om daar tijd door te brengen als je te maken hebt met voedselallergie? Wordt er aandacht besteed aan allergenen in de horeca? Kun je in een supermarkt in de stad voor een snelle boodschap ook producten vinden die geschikt zijn voor allergische mensen?

IMG_0374

Wereldstad Sint Petersburg

Sint Petersburg is een moderne wereldstad, dus is er genoeg aanbod aan alle soorten keukens; van Chinees tot Georgisch en ook de McDonald’s is aanwezig. Voor ieder wat wils en ook voor ieder budget. Als je op zoek bent naar de traditionele keuken kun je goed terecht bij één van de vele ‘kantines’ waar de locals hun dienbladen volladen met diverse soorten gerechten. Als je ten minste niet te maken hebt met complexe overgevoeligheden. Sommige gerechten lijken ‘allergeenvrij’, maar er valt niet echt iets te controleren op menukaarten of via de medewerkers. Het thema voedselallergie is wel bekend, maar nog niet zo ingebed als in Nederland. In gesprek met een Russische arts vraag ik er kort naar: ‘Komt voedselallergie veel voor in Rusland?’ ‘Ja’, beaamt zij, ‘en meer dan vroeger.’ Maar als ik vervolgens doorvraag naar de behandelingen en de mogelijkheden loopt het gesprek snel ten einde.

Simpel en voedzaam

De Russische keuken is heel simpel met vooral voedzame gerechten. Dit heeft met name te maken met de strenge winters in Rusland. Wat ook veel invloed heeft op de Russische keuken is het feit dat het grootste deel van de bevolking Russisch-orthodox is. Vlees, melk en ei waren vroeger tijdens de vastenperiode verboden. In die tijd zijn veel recepten ontstaan met vis, groenten en paddenstoelen. Tegenwoordig vind je veel basisgerechten die bestaan uit groenten, aardappel, vis én vlees. Vanwege het grote aanbod aan groenten en vlees kun je dus maaltijden vinden die iemand met allergie voor melk en ei zou kunnen eten. Ook is er voldoende vers fruit aanwezig.  

rusland paddestoelen

 

Maar alertheid blijft geboden. Russen zijn dol op zure room en baksels (waarin ook ei zit), en een soort quiches. Ze eten ook veel noten; in veel bonbons en koekjes vind je verschillende soorten noten terug.

Ook vis is populair, dus mensen met een visallergie moeten hierop bedacht zijn. Sint Petersburg ligt aan de monding van de Neva. In deze rivier leeft een vissoort die alleen hier rondzwemt en in het voorjaar wordt gevangen en gegeten. Deze ‘korusyka’ wordt gefrituurd. In bepaalde restaurants worden all-you-can-eat-porties aangeboden en kun je je tegoed doen aan grote hoeveelheden vis voor een vast bedrag.

Geen allergieproducten en -melding

In kleine supermarkten zie ik geen alternatieve allergieproducten zoals glutenvrije levensmiddelen of soja- en rijstmelk. Eerlijkheidshalve dien ik wel te vermelden dat dit steeds ‘quick scans’ betroffen en dat ik niet in de gelegenheid ben geweest om een grote supermarkt buiten het centrum te bezoeken.

Opvallend is ook dat restaurants nergens op de menukaart melding maken van allergenen. Omdat de Russen volgens de traditionele keuken dus veel groenten en vlees eten kun je wellicht iets van je gading vinden. De beroemde bietensoep ‘borsjt’ lijkt mij een optie met melkallergie, mits je de zure room weglaat. In gesprek gaan met een restaurant om een aangepast gerecht te laten serveren biedt waarschijnlijk wel mogelijkheden. Russisch spreken is dan wel een must, want op heel veel plaatsen wordt nog geen of niet voldoende Engels gesproken.

Gdansk, traditioneel en meer

In Gdansk (Polen) was de situatie in zoverre anders dat ik in de eerste kleine supermarkt waar ik binnenliep al een aantal producten zag staan die aantrekkelijk kunnen zijn voor mensen met voedselallergie, in dit geval allergie voor melkeiwit.

De Poolse keuken lijkt voor een deel op de Russische keuken, traditiegetrouw voedzaam en basaal met veel aardappelen, vlees en groenten. In Gdansk en omstreken wordt daarnaast ook veel vis gegeten vanwege de ligging aan de Baltische Zee. Maar Gdansk is een stad met wat meer opties dan alleen de traditionele Poolse keuken: je kunt er ook pizza, friet of een steak eten.

Met mijn werk en onder begeleiding van een Poolse collega kregen wij voornamelijk Poolse maaltijden te eten. En dan blijft het toch wel een uitdaging om erachter te komen welke allergenen er in verwerkt zijn. In twee restaurants (chiquer en duurder) stond iets vermeld over allergie, maar dat bleek eerder een uitzondering. Polen zijn grote fans van kaas, melk en eieren en verwerken deze producten vaak in maaltijden. Mijn hotel in de binnenstad serveerde een ontbijtbuffet waar alles los op tafels was klaargezet. Maar heel veel keuzes voor mensen met voedselallergie heb ik niet gezien.

Tot mijn grote vreugde bleek één van de lokale specialiteiten wel een optie voor mensen met allergie (behalve gluten): een in olie gebakken aardappelpannenkoekje..

 

IMG_0358

Conclusie

In Sint Petersburg en Gdansk zijn er zeker mogelijkheden voor mensen met voedselallergie, maar er is veel minder aandacht voor het thema dan bij ons. In het algemeen valt er veel te beleven op het gebied van horeca en er zijn vele mogelijkheden om buiten de deur te eten tegen betaalbare prijzen. Beide lokale keukens hebben veel gerechten met aardappel, groenten en vlees, maar vaak ook met room en kaas of vis.

In restaurants zie je nauwelijks allergievermeldingen op menukaarten. En de taal blijft lastig, al wordt er in Gdansk beter Engels gesproken dan in Sint Petersburg. Vragen naar mogelijkheden buiten de kaart om lijkt nog het meest voor de hand liggend, maar wel een uitdaging. Ik heb bezoek gebracht aan grote supermarkten en heb beide steden slechts kort bezocht, maar dat is wat de gemiddelde toerist waarschijnlijk ook zou doen…

Marije Bedaux // tekst en foto’s

 

 

Je kind coachen bij een voedselprovocatietest

Je kind coachen bij een voedselprovocatietest

Coaching: het lijkt wel een toverwoord voor veel vraagstukken en problemen. Maar het is niet zo eenvoudig om aan te geven wat coaching precies inhoudt, laat staan wat de meerwaarde kan zijn van coaching van je kind dat een voedselprovocatietest ondergaat. Een ouder, verzorger of vriend/familielid verricht in de rol van coach geen wonderen. Toch kan zelfs een kleine verandering bij je kind dankzij coaching tot een enorme ontwikkeling leiden als je het over een lange periode bekijkt.

Onvoorspelbaarheid De ‘gouden standaard’ om voedselallergie vast te stellen is de dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie. En daarbij is uiteraard de kans aanwezig dat de allergische patiënt reageert op het toegediende product met het allergeen. Die onvoorspelbaarheid is een lastig gegeven. Gaat je kind reageren? En hoe dan? Heftig? En zo niet, wat betekent dit dan? Alles weer kunnen eten waarin bijvoorbeeld ei is verwerkt of alleen in kleine hoeveelheden? De voedselprovocatietest roept vaak veel vragen op, naast de angst voor een mogelijke reactie. Angst bij het kind, maar ook bij de ouder. Wat betekent dit in de praktijk? Vergelijk het met de situatie waarin je kind voor het eerst in aanraking komt met open water, zonder dat het kan zwemmen. Je waarschuwt je kind steeds voor het gevaar van water: kom niet te dicht bij de waterkant, want anders val je erin met alle ernstige gevolgen van dien.

Misschien vermijd je wel een omgeving in de buurt van water als je kind nog niet kan zwemmen? Steeds blijf je het gevaar van het water duidelijk maken. Nooit alleen bij het water… Zo gaat het wellicht ook als het een voedingsmiddel betreft waarvoor je kind allergisch is, bijvoorbeeld ei. Je benadrukt steeds dat het kind uit de buurt van ei moet blijven en geen ei, koekjes en cake mag eten. Andere kinderen die ei hebben gegeten, houd je uit de buurt en moeten altijd handen wassen. Je leest voortdurend etiketten. Eerste zwemles En dan breekt de dag aan waarop je kind voor het eerst het water in moet, namelijk de eerste zwemles. Wat eerst gevaar was, moet het kind nu bewust meemaken. En dat zie je soms terug langs de rand van het zwembad: kinderen die het water echt niet meer in durven.

Zo ook bij de voedselprovocatietest: wat doe je als je kind weigert om te eten wat het in gevaar kan brengen? Je hebt altijd verteld dat ei heel gevaarlijk kan zijn en nu moet je kind iets eten waarin ei zit? ‘Begin with the end in mind’, benadrukte de Amerikaanse coach/schrijver Steven Covey eens, ‘Begin met het einde in je gedachten’, ofwel houd je doel voor ogen voordat je aan iets begint. Het doel is dat je kind leert zwemmen en daarna veilig is in de buurt van water. En het doel van de provocatietest is om een allergie te kunnen vaststellen of om na te gaan of je kind juist weer iets van het betreffende allergeen kan eten. Een fijn vooruitzicht voor iedereen! En wat heb je daarvoor nodig? Nu komt de rol van de ouder/coach om de hoek kijken. Want het blijft natuurlijk heel belangrijk dat je kind een ‘gezonde’ houding creëert ten opzichte van eten. Eten is niet alleen functioneel, maar juist ook een sociaal moment en het is fijn als je weet dat je kind van eten kan genieten. Dat lijkt mij het doel om in het achterhoofd te houden tijdens de provocatie.

Maar net als bij het zwemmen heb je daarvoor wel een veilige omgeving nodig en misschien wat hulpmiddelen, zoals een zwemvest of Wat eerst gevaar was, moet het kind nu bewust meemaken Een kind coachen bij een provocatietest: hoe doe je dat? Voor veel kinderen is het ondergaan van een voedselprovocatietest een ingrijpende gebeurtenis. Een goede begeleiding is wenselijk, maar hoe doe je dat?

Als ouder/coach is het mijns inziens van groot belang dat je die veiligheid benadrukt en dat je je kind probeert gerust te stellen, hoe lastig ook. Als je zelf bang bent, merkt een kind dat onmiddellijk. Dus mocht je zelf angstig zijn, probeer dit onder controle te hebben voordat je je kind begeleidt. Ik heb weleens een ouder geadviseerd om op adem te komen op de wc voordat de test zou beginnen. Maar je kunt ook je bezorgdheid delen met de aanwezige artsen en begeleiders, zonder dat je kind dit direct behoeft op te merken. En als hulpmiddel voor je kind kun je denken aan afleiding zoals speelgoed. Of een knuffel of pop die eerst een hapje krijgt. Kinderen die wat ouder zijn, kun je ook helpen door ze te vragen waarvoor ze nu echt bang zijn en waaraan ze behoefte hebben. Zo kun je ze wijzen op het feit dat ze in veilige handen zijn en dat alle benodigde hulpmiddelen en medicaties voorhanden zijn. Misschien kun je ze zelfs wel ‘voorbij de angst’ helpen door ze te laten visualiseren dat de testen alweer voorbij zijn. Wat gaan ze dan doen, en misschien kunnen ze dan wel iets eten wat eerst niet mogelijk was?

Eigenlijk doen we intuïtief al heel veel, als ouder en coach tegelijkertijd. En dat is een mooi gegeven. Mijn tip voor alle ouders en coaches: onthoud de drie P’s. Veiligheid is het belangrijkste eerste onderdeel van de eerste zwemles en de voedselprovocatie: de Protectie. En dan komt de Permissie van de ouder/coach om het gevaar aan te gaan. Met alle Potentie van je kind die daarop mag volgen. Met als resultaat een zwemdiploma of een kind dat een ‘gezonde’ houding ten opzichte van voedsel heeft en misschien meer kan eten dan vóór de test. Heel veel succes, alle ouders/coaches!

Kom in beweging

Sinds een jaar ben ik werkzaam als loopbaancoach aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. De afgelopen maanden sprak ik tijdens mijn spreekuren heel veel studenten die worstelen met vragen als “welke baan past er bij mij”of “hoe vind ik een baan?”. Juristen zijn vaak meer denkers dan doeners en weten heel goed alle risico’s in te schatten of beperkingen te vinden: daar worden ze tenslotte voor opgeleid. Helaas werken deze eigenschappen niet erg mee als het gaat om hun loopbaan. Het eindeloos wikken en wegen zorgt er namelijk voor dat de juristen als het ware “verstarren”of teveel in hun “denkhoofd”blijven hangen, zonder enige actie. Tel daarbij op dat de gemiddelde student last heeft van keuzestress (welke master, welke vakken, welke stage) en je hebt alle ingrediënten verzameld voor lamlendig blijven hangen op de bank.  Nu geef ik toe dat niets lekkerder is dan met dit weer op het strand hangen, op je terrasstoel blijven zitten of in de bibliotheek in slaap te vallen achter je wettenbundel maar op de lange termijn levert het je geen beeld op van wat je wil gaan doen na je studie of  hoe je er nu voor zorgt dat je een baan vindt voor na je afstuderen.

Maar wat helpt dan wel? Het antwoord is kort maar krachtig: actie. Kom in beweging. Ga dingen doen. Activiteit van je lichaam heeft effect op je denken en voelen. Alsof je aan een soort tandwiel draait en daarmee ook andere kleinere wieltjes in beweging krijgt; je beweging en de verandering van je lichaamshouding activeren je denken en voelen. Het klinkt zo makkelijk: gewoon beginnen en in beweging komen maar de effecten zijn groots. En het helpt door letterlijk in beweging te komen: loop een rondje, fiets een kwartiertje rond in de buurt, maak een wandeling alleen of met anderen, het hoeft niet direct iets heel sportiefs te zijn als je lichaam maar in een andere activiteit en houding wordt gebracht.

Als tip geef ik ook vaak nog mee om ‘klein” te beginnen. Niemand weet precies hoe de toekomstige arbeidsmarkt er over langere tijd er uit zal zien. Dus zoek je al langer naar inspiratie voor de toekomst: kijk dan naar jezelf en probeer te omschrijven waar je op dit moment de meeste voldoening uit haalt. Ben je actief in groepen mensen, kun  je goed evenementen organiseren en word je blij van je bijbaan in de horeca? Studenten denken vaak dat dit niet relevant is voor hun toekomstige eerste baan, omdat deze activiteiten wellicht niet studiegerelateerd zijn. Maar niets is minder waar. Door heel concreet te kijken naar activiteiten die je nu doet en te onderzoeken welke werkzaamheden of bezigheden je energie opleveren ontdek je langzamerhand welke vaardigheden je hebt ontwikkeld en waar je goed of zelfs heel goed in bent. En dat is mooi meegenomen als je je voorbereidt op de arbeidsmarkt.

 

 

 

 

 

 

Insecten en voedselallergie

Insecten en (voedsel)allergie

Aangezien we hier in Nederland niet echt gewend zijn aan het eten van insecten, is er nog niet veel bekend over een allergische reactie als gevolg hiervan. Maar dat kan in de nabije toekomst weleens veranderen, omdat consumptie van de beestjes gebruikelijker wordt.

Tegenwoordig tref je in de supermarkt steeds meer eetbare insecten aan of producten waarin ze zijn verwerkt, bijvoorbeeld insectenburgers. De wereldbevolking groeit nog steeds in een snel tempo en om alle monden te kunnen blijven voeden zijn extra voedselbronnen nodig. Insecten lijken een prima alternatief. Ruim twee miljard mensen wereldwijd eten insecten, zoals sprinkhanen, krekels, rupsen, mieren en bijen. Ze worden bestempeld als goede vleesvervangers vanwege onder andere het hoge eiwitgehalte. Bovendien zijn ze duurzamer dan vlees en zijn er over de hele wereld genoeg van in aantallen. Voor consumptie wordt nu nog het meest gebruik gemaakt van meelwormen, maar ook andere insecten zie je steeds vaker in winkels en restaurants. Bijvoorbeeld de treksprinkhaan en de piepschuimkever.

Huisstofmijt

Dienen mensen met voedselallergie rekening te houden met het optreden van een mogelijke reactie bij het eten van insecten? Onderzoekers vinden van wel, na een studie met de meelworm in de hoofdrol. Ze benadrukken met name de genetische relatie van insecten – in dit geval meelwormen – tot huisstofmijt en schaaldieren. Geleedpotigen, zoals garnalen of rivierkreeftjes, kunnen (ernstige) allergische reacties oproepen en dit zou dus ook voor meelwormen gelden. Of de klachten ook voorkomen bij andere insecten moet duidelijk worden uit verder onderzoek. Zo kan worden achterhaald of meelwormen en andere insecten wel een aanvaardbaar alternatief kunnen zijn voor voedselallergische mensen. Meer onderzoek is ook nodig om te bepalen of mensen met een meelwormallergie ook allergisch kunnen worden voor schaaldieren en huisstofmijt.

Voorlopig is dus nog alle voorzichtigheid geboden bij het eten van insecten!

Marije Bedaux

Allergie & Voeding